Oordeel des Keizers
In ’s keizers naam velde ik den Vader des Vaderlands – wat acht gij, dorpenkind, dat ú zou worden gespaard?
Geboren uit staal en geloof, handel ik niet voor glorie, maar voor recht. In het jaar onzes Heren 1584 trof ik Oranje in het hart – en sindsdien is geen stam veilig, geen dorp heilig.
Mijn komst is geen waarschuwing. Mijn komst is het einde.
Schilden splijten, muren beven, vlaggen vallen – waar B. Gerards trekt, blijft slechts rook en stilte achter.
Gedenk mijn naam, want uw nageslacht zal die vervloeken.